Vasculaire controle

Het is van essentieel belang dat de vasculaire status van de voet wordt bepaald. Aan de hand van deze bevindingen zal worden bepaald hoe de voetulcera moeten worden behandeld, hoe groot de kans is dat de wond zal genezen en of revascularisatie nodig is3,6,7. Er wordt aanbevolen om de pulsen op de voet te palperen, m.a.w. aan de voetrugslagader (arteria dorsalis pedis) en de achterste scheenbeenslagader (arteria tibialis posterior). Indien de puls niet voelbaar is of er een arteriële aandoening wordt vermoed, moeten andere testen, zoals een doppleronderzoek en enkel-armindex (EAI) worden uitgevoerd.

Er moet worden onderzocht of de patiënt vasculaire symptomen ondervindt, zoals claudicatio intermittens (pijn in de kuiten bij het wandelen) of rustpijn (constante pijn in de voeten en benen die erger wordt bij plat liggen of door de warmte van beddengoed). Indien er ongerustheid bestaat over ernstig perifeer vaatlijden moet het deskundige advies van het vasculaire team worden ingewonnen. Bij mensen met een zwakke doorbloeding moet het nodige worden gedaan om arteriële risicofactoren onder controle te houden. Van bepaalde factoren is geweten dat ze het risico op vaatlijden verhogen, bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en hoge cholesterol.
Deze factoren moeten worden vastgesteld en daarnaast moeten strategieën worden ingevoerd om deze risicofactoren tot een minimum te beperken. De IDF6,7 beveelt het volgende aan:
aandacht voor de bloeddruk en voor dyslipidemie (abnormale vetgehalten in het bloed), stoppen met roken en het gebruik van geneesmiddelen die de klontering van bloedplaatjes verhinderen, zoals aspirine.