Voorkomen van doorligwonden

Het voorkomen van doorligwonden wordt doorgaans gemeten aan de hand van een van de twee mogelijke methoden4,5

  • Prevalentie: de meest gebruikte methode kan worden beschouwd als het aantal patiënten binnen een populatie die op een bepaald ogenblik lijden aan een bepaalde aandoening. Opgelet: dit houdt in dat het hier gaat over patiënten met doorligwonden op het ogenblik van opname en over patiënten bij wie er in de loop van hun opname doorligwonden zijn ontstaan.
  • Incidentie: kan worden beschouwd als het aantal nieuwe gevallen van een welbepaalde aandoening binnen een bepaalde tijdspanne. Een complexere methodologie waarbij de tijdspanne doorgaans wordt uitgedrukt in weken of maanden.
  • De twee termen hebben een totaal verschillende betekenis. Daarom is het van belang dat ze juist worden gebruikt.
  • Zorggerelateerd: dit verwijst naar doorligwonden die ontstaan na de opname in de desbetreffende zorginstelling. Dit kan een maatstaf zijn die veeleer relevant is voor de beoordeling van de impact van preventieprogramma’s.



De prevalentie van doorligwonden varieert van land tot land en uit de cijfers blijkt dat ze vaak hoger is in specifieke afdelingen zoals intensieve zorgen of bejaardenzorg.

Preventie van doorligwonden

  • 5947 patiënten uit 5 Europese landen6
    – prevalentie 18,1 %
  • VS: 651 instellingen met
    85.838 patiënten7
    – prevalentie 14,8 %
  • Canada: nationale prevalentie8
    – 26 %
  • Australië: verschillende gepubliceerde rapporten9
    – 4,5 tot 27 %
  • China: onderzoek bij 2913 patiënten10
    – prevalentie 1,8 %
  • Zuid-Korea11
    – 0,44 tot 0,49 % incidentie acute zorg
    – 47,4 % thuiszorg
    - 21,7 tot 45,5 % ICU