Op het vlak van intrinsieke risicofactoren moet het volgende worden beoordeeld:

 

Algemene gezondheidstoestand: heeft de patiënt meerdere gezondheidsproblemen of aandoeningen zoals diabetes mellitus of ademhalingsstoornissen die hem of haar vatbaar maken voor een verhoogd risico
Mobiliteitsstatus: door een verminderde mobiliteit kan de druk op gevoelige weefsels minder worden verlicht
Voedingsstatus: een slechte voeding kan meerdere gevolgen hebben. De voedingsstatus kan worden beoordeeld aan de hand van een eenvoudige gewichtsbepaling en beoordeling van specifieke indicatoren zoals hemoglobine of serumalbumine
Huidvochtigheid: dit is een veelzijdig aspect. Besef van incontinentie is van cruciaal belang, maar er moet ook rekening gehouden worden met een verhoogde lichaamstemperatuur en de gevolgen ervan
Leeftijd: het staat vast dat leeftijd samenhangt met een verhoogd risico, maar vergeet niet dat doorligwonden op elke leeftijd kunnen voorkomen indien er sprake is van meerdere risicofactoren
Eerder voorkomen van doorligwonden: genezen doorligwonden zijn zones met een verhoogd risico aangezien littekenweefsel maximaal 80 % van de oorspronkelijke breukvastheid heeft
Geneesmiddelengeschiedenis: zoals het gebruik van steroïden die de ongeschondenheid van de huid kunnen beïnvloeden
Problemen i.v.m. doorbloeding / oxygenatie: cardiovasculaire instabiliteit, inotrope ondersteuning en zuurstoftherapie staan erom bekend het risico van doorligwonden te verhogen